Bodem gevormd door rivierafzettingen van zand, grind en klei, zoals de befaamde grindgronden in de Médoc bij Bordeaux.
Een alluviale bodem is ontstaan door afzettingen van rivieren en bestaat meestal uit een mix van zand, grind, klei en slib. Dit bodemtype is over het algemeen voedselrijk en vochthoudend, wat weelderige groei van de wijnstok bevordert. In de wijnwereld worden alluviale bodems in de vlaktes doorgaans minder gewaardeerd dan arme, goed drainerende bodems op hellingen, omdat een te üppige groei ten koste kan gaan van de concentratie en complexiteit in de druiven. Toch zijn er uitzonderingen: de grindrijke alluviale bodems van Bordeaux, met name in de Médoc, zijn wereldberoemd en vormen een ideale ondergrond voor Cabernet Sauvignon. De grote stenen in de bodem slaan overdag warmte op en geven die 's nachts af aan de druiven.