Drie wijnen die je begrip van Italië voorgoed veranderen
Er zijn wijnen die je drinkt, en wijnen die je bijblijven. Barolo, Barbaresco en Amarone vallen in de tweede categorie. Wie deze drie eenmaal serieus heeft geproefd, kijkt anders naar Italiaanse wijn. Niet omdat ze de duurste zijn of de meest geroemde scores halen, maar omdat ze iets tonen wat weinig wijnen lukt: karakter dat je niet kunt fabriceren.
Op een regenachtige oktoberochtend in Barolo, in de kelder van een kleine producent wiens naam nauwelijks buiten de Langhe bekend is, schonk de wijnmaker ons een glas van zijn 2016 zonder etiket. "Ruik eerst", zei hij, en dat was genoeg advies. Teer, rozen, vochtige aarde en iets wat leek op tabak en kersen tegelijk. Dat was het moment waarop duidelijk werd dat geen enkel artikel deze drie volledig kan vangen. Maar het is de moeite waard om het te proberen.
Barolo: de koning van Italië
Barolo is van nebbiolo, uitsluitend nebbiolo, en dat druivenras gedraagt zich als een eigenwijze aristocraat. Het rijpt laat, is gevoelig voor alles wat het klimaat te bieden heeft, en geeft in zijn jonge jaren een wijn die soms ronduit ontoegankelijk is. Tannines die je tong doen samentrekken, een zuurgraad die levend aanvoelt. Toch is dat precies de reden waarom wijnliefhebbers geduld opbrengen voor Barolo.
De DOCG beslaat elf gemeenten in de Langhe, de glooiende heuvels rond de stad Alba in Piemonte. Binnen die zone bestaan grote stijlverschillen. Gemeenten als La Morra en Barolo produceren over het algemeen wat toegankelijker en bloemiger werk, terwijl Serralunga d'Alba en Castiglione Falletto wijnen geven met meer structuur en tanninekracht. Beroemde cru's als Cannubi, Brunate en Vigna Rionda worden door kenners in één adem genannt met de grote Bourgognes. De 2016 en 2019 jaargangen worden momenteel door critici, waaronder Jancis Robinson, beschouwd als referentiepunten voor de moderne Barolo.
Wie Barolo wil begrijpen, moet de regio Piemonte bezoeken in oktober of november, als de wijngaarden roodbruin kleuren en de nevel 's ochtends laag over de heuvels hangt. De wijnen zijn dan nog een jaar of vijf van hun optimum, maar de sfeer is onvervangbaar. Die specifieke mist die je ziet hangen over heuvels is magisch om te zien. En een extra leuk weetje: Nebbiolo komt van het Italiaanse woord nebbia. En dat betekent mist.
Barbaresco: de koningin met meer gratie
Een paar kilometer noordoost van Alba ligt Barbaresco, en hoewel het druivenras hetzelfde is, is de wijn dat absoluut niet. Barbaresco is eveneens 100% nebbiolo en eveneens DOCG, maar de bodem verschilt: meer kalk, minder klei, en de microklimaten in de drie kerncommunes Barbaresco, Treiso en Neive geven een wijn die doorgaans wat vroeger drinkt en eleganter oogt dan de gemiddelde Barolo.
Dat betekent niet dat Barbaresco zacht of meegaand is. Een rijpe cru uit Asili of Rabajà heeft dezelfde gelaagde complexiteit als zijn beroemdere buurman, maar toont het eerder. Waar Barolo soms tien tot vijftien jaar nodig heeft om open te gaan, geeft een goede Barbaresco al op acht tot twaalf jaar zijn beste gezicht.
Gaja, het wijnhuis dat Barbaresco internationaal op de kaart zette, rekent inmiddels prijzen die vergelijkbaar zijn met de beste Bourgognes. Maar er zijn kleinere producenten, van families die al generaties in de heuvels werken, die voor een derde van de prijs vergelijkbare kwaliteit bieden.
Amarone: een andere wereld in het noordoosten
Amarone della Valpolicella DOCG is technisch gezien geen Piemontese wijn. Het komt uit Veneto, uit de heuvels boven Verona, en is gemaakt van een blend die hoofdzakelijk uit corvina bestaat, aangevuld met corvinone, rondinella en soms molinara. Wat Amarone verbindt met Barolo en Barbaresco is niet herkomst of druivenras, maar ambitie en gewicht.
De vinificatie van Amarone is bijzonder. Geoogste druiven worden op houten rekken gelegd om gedeeltelijk te drogen, een proces dat appassimento heet en drie tot vier maanden duurt. Het vocht verdampt, suikers concentreren, en de most die uiteindelijk gefermenteerd wordt, heeft een dichtheid die in geen andere wijn van Italië een equivalent heeft. Het resultaat is een wijn met een alcoholpercentage dat doorgaans tussen de 15 en 17 procent ligt, vol gedroogde kersen, chocolade, tabak en een bijna taaie textuur. Geen wijn voor bij de lunch, maar perfect naast een stoofpot of een rijpe harde kaas op een koude avond.
Tijdens een bezoek aan een wijnhuis in Valpolicella zagen we de drogende rekken vol corvina-trossen, de geur van licht fermenterende druiven die door de hele schuur hing. De wijnmaker vertelde dat een slechte oogst of te veel vocht in de herfst het appassimento kan ruïneren. "Wij hangen af van het weer voor november", zei hij, met de rustberusting van iemand die dat al dertig jaar doet.
Meer over de Venetiaanse wijntraditie lees je in onze gids over Veneto als wijnregio.
De verschillen die er echt toe doen
De drie wijnen worden vaak in één adem genaamd als topwijnen van Italië, maar ze zijn op fundamentele punten niet vergelijkbaar. Barolo en Barbaresco delen hun druivenras en grondslag in kalkrijke Langhe-heuvels, maar verschillen in kracht en toegankelijkheid. Amarone is een product van een totaal andere filosofie: geconcentreerd, zwaar, gemaakt via drogen in plaats van directe oogst.
Als je ze naast elkaar wilt proeven, wat de meest leerzame aanpak is, kies dan voor een Barbaresco van zeven à acht jaar oud, een Barolo van tien jaar of ouder, en een Amarone van vergelijkbare leeftijd. Dat geeft een eerlijk beeld van wat elk kan. Verwacht niet dat een jonge Barolo open staat voor een gesprek. Hij heeft tijd nodig, en dat is geen gebrek.
Voor wie een wijnreis plant die deze drie omvat, is het logisch om Piemonte en Veneto te combineren. Onze wijnroute door Piemonte biedt een praktisch startpunt voor de Langhe, met aanknopingspunten voor een verlengd bezoek aan de Valpolicella.
Praktisch: wanneer gaan, wat meenemen
Oktober is de beste maand voor een bezoek aan zowel Piemonte als Veneto. De oogst is in volle gang of net afgerond, de temperaturen zijn aangenaam, en de wijnhuizen zijn toegankelijk zonder de drukte van de zomer. Let op: de kleine producenten in de Langhe ontvangen doorgaans uitsluitend op afspraak. Wie zonder reservering aankomt, staat met grote kans voor een gesloten poort.
Qua budget: een fles serieuze Barolo of Barbaresco van een goede producent begint rond de 30 à 40 euro en loopt snel op. Namen als Giacomo Conterno, Bruno Giacosa en Roagna zitten in een hogere prijsklasse, maar ook kleinere huizen als Brovia of Cavallotto leveren uitstekend werk voor een schappelijker bedrag. Amarone van goede kwaliteit, van producenten als Dal Forno Romano of Quintarelli, is een investering. Een bescheidener maar serieuze fles van Allegrini of Zenato is toegankelijker zonder concessies aan karakter.
Bewaar Barolo en Barbaresco na aankoop nog minimaal vijf jaar als je ze jong koopt. Amarone is iets toegankelijker bij relatief jonge leeftijd, maar ook die wijn bloeit pas na een jaar of acht volledig open. Koop ze, leg ze weg, en wacht. Dat is misschien de belangrijkste les die de drie koningswijnen gezamenlijk onderwijzen.
Voor meer inspiratie over Italiaanse topwijnen en reisideeën, bekijk ook onze inspiratiegids over Italiaans wijn proeven.

